Teelt

De champignon heeft geen licht nodig om te groeien. De champignons worden daarom in speciale donkere cellen geteeld. De champignons staan op teeltbedden, die 2 keer vijf etages hoog zijn en 20 meter lang. De teelt begint bij de grondstoffen, deze komen al doorgroeit bij ons binnen. In deze grondstoffen zitten voedingsstoffen en de champignonschimmel, waar de champignon later uit zal groeien. Op deze grondstof komt een laag met dekaarde, dit ziet eruit als een soort potgrond. De dekaarde zorgt voor vocht opslag en doorstroom van voedsel uit de grondstof, zodat wij een mooie stevige champignon kunnen telen.

In de eerste tien dagen groeit het ‘Mycelium’ uit tot knopjes, dit zijn schimmeldraadjes en ziet er uit als witte pluizig draadjes in en op de dekaarde. Deze draadjes dienen als voedingsworteltjes voor de champignon. Als de knopjes verschijnen, groeien deze daarna in de zes tot zeven dagen uit tot een champignon. Ze schieten dan letterlijk als ‘paddenstoelen uit de grond’, want de champignons verdubbelen dan iedere 24 uur in omvang. Na 16 tot 17 dagen worden de eerste champignons in achtereenvolgende vijf dagen geoogst. Na de eerste oogst worden de teeltbedden klaargemaakt voor de tweede oogst. Na de derde oogst zitten er bijna geen voedingsstoffen meer in de grond om nog kwalitatief mooie champignons te telen en wordt deze vervangen door nieuwe grondstoffen.

Tijdens de teelt is het klimaat waarin de champignon groeit erg belangrijk, dit wordt met computers gestuurd. De champignon heeft bijvoorbeeld voldoende water nodig, voor productie van 1 kg is wel 2 liter water nodig. Verder wordt de luchttemperatuur, luchtvochtigheid en het zuurstofgehalte in de cel nauwkeurig geregeld.

Contact Nesco: info@nescochampignons.nl  |  T: +31 (0)85 7731088